Belasting | Nieuws | oktober 2016

Wijzigingen blastingplan 2017

Belasting | Nieuws |

Prinsjesdag 2016 ligt inmiddels alweer achter ons. Dit betekent dat het kabinet de belastingplannen voor komend jaar heeft gepresenteerd in het Belastingplan 2017 en aanverwante wetsvoorstellen.

In deze update zetten wij de meest in het oog springende wijzigingen voor u op een rijtje.

Aftrek van scholingsuitgaven
Met de invoering van het leenstelsel is de aftrek van scholingsuitgaven voor jongere studenten al gewijzigd. Als u op dit moment (nog) recht heeft op studiefinanciering, kunt u vanaf 1 juni 2015 geen scholingsuitgaven meer in aftrek brengen.

Als u een studie volgt, kunt u uw scholingsuitgaven nog wel in aftrek brengen op uw inkomen. Vanaf 1 januari 2018 zal de aftrek van scholingsuitgaven in zijn geheel komen te vervallen.

Een deel van de opbrengst van het afschaffen van de aftrek van scholingsuitgaven zal door het kabinet beschikbaar worden gesteld voor zogenaamde scholingsvouchers. Scholingsvouchers kennen we momenteel al voor werkzoekenden met een WW-uitkering. Met ingang van 1 januari 2018 zal deze regeling ook worden ingezet voor andere doelgroepen.

Voor ondernemers blijven scholingskosten vooralsnog wel gewoon aftrekbaar. Bent u in loondienst? U zou uw werkgever kunnen vragen uw scholingsuitgaven netto te vergoeden. Indien u van plan bent binnenkort een studie op te pakken, is het zeker de moeite waard te informeren welke mogelijkheden er zijn om alsnog een deel van de kosten in aftrek te kunnen brengen, zolang het nu nog kan!!

 

Aftrek van uitgaven voor monumentenpanden
Voor particuliere eigenaren van een rijksmonument geldt op dit moment een aftrek voor onderhoudsuitgaven. De uitgaven voor onderhoud van een rijksmonument kunnen op dit moment voor 80% in aftrek worden gebracht op het inkomen. Afhankelijk van de hoogste schijf waarin het inkomen valt, kunnen de onderhoudskosten dan tegen maximaal 52% in aftrek worden gebracht.

Als het aan het kabinet ligt, komt deze regeling vanaf 1 januari 2017 te vervallen. Om huidige financieringsverplichtingen tegemoet te komen, zal overgangsrecht gelden tot 1 januari 2019. Indien u voor 1 januari 2017 een nog lopende betalingsverplichting heeft voor onderhoud van uw rijksmonument, kunt u tot 1 januari 2019 nog gebruik maken van de huidige fiscale regeling.

Vanaf 1 januari 2019 zal het budget van de overgangsregeling structureel worden ingezet in de vorm van een subsidie. Nadere uitwerking van de vormgeving van deze subsidie zal later dit jaar in een apart wetsvoorstel worden uitgewerkt.

 

Maatregelen box 2-beleggen in vrijgestelde beleggingsinstellingen (VBI)
In het Belastingplan 2017 zijn drie maatregelen met betrekking tot de vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) opgenomen:

  • Het is niet langer mogelijk om een box 2 aanmerkelijk belang-claim (AB) geruisloos naar een vrijgestelde beleggingsinstelling door te schuiven. Indien u een AB in een VBI verkrijgt, moet u afrekenen over een eventuele positieve AB-claim. Om anticipatie op deze maatregel te voorkomen, is voorgesteld aan de wijziging terugwerkende kracht toe te kennen tot 20 september 2016;
  • Indien u vermogen in de VBI stort en deze binnen een periode van 18 maanden weer zou onttrekken, loopt u tegen zowel een box 2-heffing als box 3-heffing aan;
  • Het forfaitaire tarief van box 2 wordt automatisch aangepast aan het forfaitaire tarief van de hoogste schijf waarin het vermogen bij u in box 3 zou zijn gevallen.

De laatste van de drie bovenstaande maatregelen zou weleens een voorbode kunnen zijn van komende regelgeving van een kapitaalstorting in het algemeen. Op dit moment is het een veelgebruikte constructie box 3-vermogen in de B.V. te storten ter voorkoming van de forfaitaire rendementsheffing aldaar.

Na verloop van tijd kan dit vermogen weer belastingvrij uit de B.V. onttrokken worden. We wachten met spanning af of het kabinet hier een stokje voor gaat steken.

 

Verlenging van de eerste schrijf van de vennootschapsbelasting
Het kabinet is voornemens de eerste schijf van de vennootschapsbelasting te verlengen. De eerste schijf kent een tarief van 20%, de tweede schijf kent een tarief van 25%.

Op dit moment loopt de eerste schijf tot € 200.000. Stapsgewijs zal de eerste schijf worden verlengd tot € 350.000 in 2021. In onderstaand schema zijn de verschillende stappen weergegeven.

  2017 2018 2019 2020 2021
Einde 1e schijf € 200.000 € 250.000 € 250.000 € 300.000 € 350.000

Het kabinet heeft dit jaar met bovenstaande voorstellen weer een paar in het oog springende wijzigingen voor ons in petto. Als u meer wilt weten over één of meerdere van bovenstaande wijzigingen, neem dan gerust contact met ons op!


Bekijk ook deze updates