Belasting | juli 2015

VAR wordt BGL

Belasting |

Een jaar later dan oorspronkelijk de bedoeling was, lijkt er toch een nieuwe Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) te komen. Het zal “Beschikking Geen Loonheffingen” gaan heten, BGL. Het wetsvoorstel is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen en ook de Eerste Kamer zal dit naar verwachting binnenkort doen. De systematiek van de BGL wijkt op onderdelen af als je het vergelijkt met de huidige VAR.

De huidige systematiek van de VAR
In de huidige systematiek dient de belastingplichtige bij de Belastingdienst een aanvraag voor een VAR in. De Belastingdienst geeft op basis van de ingevulde gegevens vervolgens de verklaring af.

De huidige VAR kent een tweetal categorieën: loon uit dienstbetrekking, resultaat uit overige werkzaamheden (hierna ROW), winst uit onderneming valt onder de VAR WUO. De inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van de BV valt onder de VAR DGA.

Deze VAR is geldig voor alle werkzaamheden die binnen de afgegeven verklaring vallen. Indien de opdrachtnemer voor de opgegeven werkzaamheden meerdere opdrachtgevers heeft, geldt de VAR voor al deze opdrachtgevers. Voor de opdrachtnemer biedt de VAR de ‘zekerheid’ dat indien de werkzaamheden binnen de opgegeven beschikking vallen, deze onder de aangegeven categorie vallen. Voor de opdrachtgever biedt de VAR zekerheid dat er geen loonheffing ingehouden hoeft te worden.

De verantwoordelijkheid van de VAR ligt dus bij de opdrachtnemer. Mocht achteraf blijken dat de opdrachtnemer zich niet heeft gehouden aan de vooraf ingevulde informatie, kan de Belastingdienst dit corrigeren bij de aangifte inkomstenbelasting.

Knelpunten van de VAR systematiek
Voor de Belastingdienst was de VAR systematiek een doorn in het oog. De Belastingdienst moest vooraf de toetsing doen, terwijl de werkzaamheden nog plaats moesten vinden. Controle op naleving van de afgegeven verklaringen bleek nagenoeg onmogelijk. Daarnaast heeft de Belastingdienst bij de huidige VAR systematiek geen mogelijkheden om loonheffing na te heffen bij de opdrachtgever, mocht achteraf blijken dat er feitelijk toch sprake van een dienstbetrekking was.

De regering heeft bovenstaande knelpunten als aanleiding gezien om de systematiek aan te passen. En zo is nu de BGL geboren.

De nieuwe systematiek van de BGL
Zoals de naam al doet vermoeden is de BGL een beschikking dat de opdrachtgever geen loonheffingen hoeft in te houden op de uitbetaalde vergoeding. In tegenstelling tot de VAR zal de BGL slechts voor één opdrachtgever gelden. De opdrachtnemer zal dus per opdrachtgever een aparte BGL aan moeten vragen.

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen zullen delen van de nieuwe regeling direct in werking treden. Op deze wijze kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers alvast wennen aan de nieuwe systematiek, voordat de wet in werking ingaat,

Waarschijnlijk gaat de nieuwe wet in per 1 januari 2016. Voor die tijd zal het al mogelijk worden om een aanvraag voor een BGL in te dienen, wat online kan. Opdrachtgever en opdrachtnemer vullen gezamenlijk het aanvraagformulier in. Op basis van de ingevulde gegevens wordt direct duidelijk of er een BGL zal worden afgegeven. Het is vervolgens aan opdrachtgever en opdrachtnemer de keuze om de BGL al dan niet aan te vragen.

De uitwerking van de beschikking lijkt dus op de huidige VAR. Echter, het risico verschuift.
Opdrachtgever en opdrachtnemer dienen gezamenlijk een verzoek in. Indien de werkzaamheden achteraf niet overeenkomen met hetgeen is aangegeven op het BGL-verzoek, dan kan de Belastingdienst indien er feitelijk toch sprake was van een dienstbetrekking, de niet ingehouden loonheffing alsnog verhalen op de opdrachtgever.

De BGL kent niet langer verschillende categorieën.
In de aangifte inkomstenbelasting geeft een belastingplichtige aan onder welke bron van inkomen de vergoeding volgens hem/haar valt. De Belastingdienst toetst bij de controle van de aangifte of ze hiermee akkoord kan gaan.

De BGL is dus niets anders dan een verklaring dat de werkzaamheden die de opdrachtnemer voor de opdrachtgever uitvoert niet als een dienstbetrekking worden gezien. Voorwaarde is wel dat men zich houdt aan de vooraf opgegeven informatie. Indien achteraf blijkt dat hiervan is afgeweken, dan kan dit voor met name de opdrachtgever grote gevolgen hebben.

Wat nu?
Zodra het wetsvoorstel wordt aangenomen door de Eerste Kamer kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers een verzoek indienen voor een BGL voor 2016. Op deze wijze kunnen beide partijen voordat de wet volledig in werking treedt alvast wennen aan de nieuwe systematiek.

De huidige VAR systematiek zal tot het moment van volledige inwerkingtreding nog van toepassing blijven. Welke hoogstwaarschijnlijk vanaf 1 januari 2016 definitief komt te vervallen.

Het aanvragen van een BGL is niet verplicht. Hoewel veel opdrachtgevers zullen eisen dat er een BGL zal worden aangevraagd, is dit wettelijk niet verplicht. Echter zullen veel opdrachtgevers meer dan ooit geneigd zijn een BGL aan te vragen, aangezien ze medeverantwoordelijk zullen worden op basis van de nieuwe wet.

Indien u naar aanleiding van deze informatie over de BGL nog vragen heeft, dan kunt u altijd contact met ons opnemen.


Bekijk ook deze updates