Belasting | november 2015

Herziening box 3 vermogen

Belasting |

Vanuit de fiscaliteit is er al langere tijd weerstand tegen de forfaitaire rendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting. De essentie van de kritiek op box 3 is dat het vaste rendement van 4% met de huidige rentestand op spaarrekeningen niet gehaald kan worden.

In september 2014 kondigde de Staatssecretaris van Financiën al een hervorming van het belastingstelsel aan. Op Prinsjesdag 2015 werd dit voorstel aan de Tweede Kamer gepresenteerd en is in het Belastingplan 2016 een alternatief uitgewerkt voor de heffing van box 3 vermogen. De wijzigingen hebben tot doel de vermogensrendementsheffing rechtvaardiger te maken. Let wel: het is nog slechts een voorstel. Of het werkelijk aangenomen gaat worden door de Tweede en daarna de Eerste Kamer zal blijken in december 2015. Graag informeren wij u alvast waar het voorstel over gaat, zodat wij samen met u eventuele maatregelen kunnen nemen, voordat het 1 januari 2016 wordt.

Box 3 vermogen onder het huidige systeem
Vrijwel iedereen heeft bezittingen die onder het box 3 vermogen vallen. Hieronder verstaat de wetgever onder andere spaargelden, beleggingen, een tweede woning en niet vrijgestelde kapitaalverzekeringen.

Iedere belastingplichtige heeft recht op een vrijstelling van € 21.330 in 2015. Wanneer het box 3 vermogen hoger is dan de vrijstelling, wordt door de Belastingdienst inkomstenbelasting geheven. In het huidige systeem hanteert de Belastingdienst een vast rendement over het belastbare vermogen van 4 procent per jaar. Over dit rendement wordt 30 procent inkomstenbelasting geheven.

Er wordt dus geen belasting geheven over de werkelijke waarde of het werkelijke rendement op het vermogen. In plaats daarvan gaat de Belastingdienst uit van een fictief rendement over de waarde van het vermogen. In feite betaalt men dus 1,2 % (30% van 4%) over het vermogen boven de vrijstelling.

Discussie forfaitair rendement
Als gevolg van de financiële crisis is de rentestand op een spaarrekening gezakt tot onder 1 %. Door de lage rentestand is het voor belastingplichtigen nagenoeg onmogelijk om een rendement van 4 procent te halen op het vermogen. De heffing van 1,2% kan er zelfs toe leiden dat het uiteindelijk rendement na belasting een negatief rendement betreft.

Het nieuwe systeem
Om de box 3 heffing rechtvaardiger te maken is het kabinet van plan om de systematiek van de vermogensrendementsheffing van box 3 per 1 januari 2017 aan te passen.

Het huidige forfaitaire rendement van 4% wordt vervangen door drie verschillende rendementsklassen. Per rendementsklasse geldt een ander percentage. Men gaat erbij vanuit dat het rendement op het vermogen navenant met de omvang van het vermogen toeneemt.

Het forfaitair rendement verschil per schijf, te weten:
2,9% voor vermogen van € 0 tot € 100.000,
4,7% voor vermogen van € 100.000 tot € 1.000.000
5,5% voor vermogen van meer dan € 1.000.000.
Het tarief van 30 procent wat geheven wordt over het berekende forfaitaire rendement blijft gehandhaafd.

Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd van € 21.330 naar € 25.000. Deze vrijstelling wordt echter niet langer in mindering gebracht op de totale rendementsgrondslag, maar wordt alleen op de grondslag van de eerste schijf in mindering gebracht.

Het effectief rendement laat zich dan als volgt berekenen:

Tabel effectief rendement
Ter vergelijking van de verschillen tussen het huidige systeem en het nieuwe systeem hebben wij voor u twee voorbeelden uitgewerkt. Hierin ziet u hoeveel belasting de betreffende cliënt nu betaalt over het box 3 vermogen en hoeveel dat in 2017 gaat worden als het wetsvoorstel daadwerkelijk in zal gaan.

Voorbeeld 1
Bij een vermogen van € 125.000 betaalt cliënt X op basis van het huidige- en het nieuwe systeem het volgende:

Het huidige systeem

Rendementsgrondslag € 125.000
Heffingvrij vermogen € 21.330 –
Grondslag sparen en beleggen € 103.670
Voordeel sparen en beleggen (4%) € 4.147
Te betalen belasting (30%) € 1.244

Het nieuwe systeem

Rendementsgrondslag € 125.000
Grondslag sparen en beleggen € 125.000

Voordeel uit sparen en beleggen:

Schijf 1 2,9% x (100.000 – 25.000) = € 2.175
Schijf 2 4,7 % x (125.000 – 100.000) = € 1.175
Schijf 3 5,5 % x 0 = € 0
Totaal voordeel uit sparen en beleggen € 3.350
Te betalen belasting: € 3.350 x 30% = € 1.005

Met een vermogen van € 125.000 zou cliënt X onder het nieuwe systeem € 239 voordeliger uit zijn dan onder het huidige systeem.

Voorbeeld 2
Bij een vermogen van € 1.200.000 betaalt cliënt Y op basis van het huidige- en het nieuwe systeem het volgende:

Het huidige systeem

Rendementsgrondslag € 1.200.000
Heffingvrij vermogen € 21.330 –
Grondslag sparen en beleggen € 1.178.670
Voordeel sparen en beleggen (4%) € 47.147
Te betalen belasting (30%) € 14.144

Het nieuwe systeem

Rendementsgrondslag € 1.200.000
Grondslag sparen en beleggen € 1.200.000

Voordeel uit sparen en beleggen:

Schijf 1 2,9% x (100.000 – 25.000) = € 2.175
Schijf 2 4,7 % x (1.000.000 – 100.000) = € 42.300
Schijf 3 5,5 % x (1.200.000 – 1.000.000) = € 11.000
Totaal voordeel uit sparen en beleggen € 55.475
Te betalen belasting: € 55.474 x 30% = € 16.642

Met een vermogen van € 1.200.000 zou cliënt Y onder het nieuwe systeem € 2.498 duurder uit zijn dan onder het huidige systeem.

Wat te doen?
Zoals blijkt uit bovenstaande voorbeelden heeft het nieuwe systeem indien u een aanzienlijk box 3 vermogen heeft mogelijk voor u nadelige gevolgen,. U kunt mogelijk een aanzienlijke besparing realiseren door uw vermogen onder te brengen in een, al dan niet bestaande B.V.

Graag brengen wij voor 1 januari 2016 uw financiële situatie in kaart om aan de hand hiervan een passend advies uit te brengen om uw vermogen fiscaal zo voordelig mogelijk te laten renderen. Wellicht kunnen wij u al een voordeel besparen per belastingjaar 2016! Mocht u geïnteresseerd in de mogelijkheden om onder de box 3 heffing uit te komen, aarzel dan niet contact met ons op te nemen.
Als u naar aanleiding van het bovenstaande nog vragen heeft, stel ze dan gerust. Wij staan voor u klaar om uw vragen te beantwoorden.


Bekijk ook deze updates