Nieuws | september 2021

De belangrijkste wijzigingen voor u in het Belastingplan 2022

Nieuws |

Afgelopen dinsdag heeft koning Willem-Alexander weer voor ons alle de troonrede uitgesproken. Op deze 3e dinsdag van september is ons duidelijk geworden wat de belastingplannen voor 2022 zijn. Omdat we op dit moment nog spreken van een demissionair kabinet zijn er geen grote besluiten genomen, maar de veranderingen kunnen toch van groot belang zijn voor u.

Wij lichten de belangrijkste wijzingen graag aan u toe.

Verlaging inkomensafhankelijke combinatiekorting

Het kabinet heeft een plan aangekondigd met betrekking tot het verlagen van de inkomensafhankelijk combinatiekorting (IACK). De IACK wordt dan vanaf 1 januari 2022 jaarlijks verlaagd met € 318, de korting bedraagt nu maximaal € 2.815. De reden voor deze verlaging is een eerder aangekondigd besluit over het ouderschapsverlof. Vanaf 2 augustus 2022 hebben ouders recht op 9 doorbetaalde weken ouderschapsverlof. De kosten hiervoor worden gecompenseerd met de verlaging van de IACK.

Tarief winstbelasting

Waar MKB-bedrijven eerst nog over de eerste € 200.000 van hun winst 15% belasting betaalde en over de rest van de winst 21%. Zijn MK- bedrijven vanaf 1 januari 2022 pas boven een winst van € 400.000 21% belasting verschuldigd. Dit betekent dat de eerste €400.000 van de winst nu wordt belast met 15%.

Voorheffingen verrekenen met VPB

Vanaf 1 januari 2022 hebben bedrijven die geen vennootschapsbelasting (VPB) verschuldigd zijn, geen recht meer op teruggaaf van de voorheffingen (dividendbelasting en kansspelbelasting). Bent u wel VPB verschuldigd, dan kunnen de vooraf betaalde belastingen nog wel worden verrekend met de te betalen VPB. Bent u geen VPB verschuldigd dan kunt u de voorheffingen in een later jaar verrekenen met de te betalen VPB. Dit mag in het eerstvolgende jaar maar u kunt er ook voor kiezen om dit in een ander jaar te doen, u kunt de niet verrekende voorheffingen namelijk onbeperkt doorschuiven naar de volgende jaren.

Aanpassing VPB tarief

Naast een aanpassing van de voorheffing met betrekking tot de VPB, komt er ook een aanpassing in het tarief van de VPB. Het percentage blijft in beide schijven hetzelfde. In schrijf 1 gaat dit om een tarief van 15% en in schijf 2 om een tarief van 25%. De grens voor het bedrag in de schijven wordt wel aangepast. Tot op heden wordt er 15% belasting geheven over bedragen tot en met € 245.000 en 25% over het meerdere. Vanaf 1 januari 2022 wordt er 15% belasting geheven over bedragen tot en met € 395.000 en 25% over het meerdere.

Aanpassing eigenwoningregeling voor fiscale partners

Wat betreft de eigenwoningregeling wordt hier in tegenstelling tot de andere plannen, wel een groot besluit genomen en worden er meerdere aanpassingen gedaan. Bij alle drie de punten is er op dit moment nog een beperking met betrekking tot de hypotheekrenteaftrek, deze beperkingen willen ze vanaf 1 januari 2022 met de volgende aanpassingen gaan voorkomen:

  1. Bijleenregeling (eigenwoningreserve)

Bij huwelijksgemeenschap:
Bij het verkopen van de eigenwoning ontstaat er een eigenwoningreserve (EWR), deze reserve beperkt het bedrag waarover je een nieuwe hypotheek mag afsluiten en waarvan de hypotheekrente aftrekbaar is. Tot op heden wordt bij getrouwde partners deze EWR naar rato verdeeld, ongeacht of één van beide eigenaar was van de verkochte woning of niet. Hiermee werd één van de twee ongevraagd belemmerd met een beperkte hypotheekrenteaftrek van de ander. Vanaf 1 januari 2022 wordt deze rato verdeling alleen nog toegepast bij een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen. Is er sprake van een andere huwelijkssituatie? Dan wordt de partner die geen eigenaar was van de verkocht woning niet beperkt in de hypotheekrenteaftrek.

Bij overlijden:
Bij overlijden neemt de langstlevende partner de EWR van de overleden partner over. Hierdoor wordt hij/zij bij het aangaan van een nieuwe hypotheek beperkt met een lagere hypotheekrenteaftrek. Vanaf 1 januari 2022 neemt de langstlevende partner de EWR van de overleden partner niet meer over.
Bij aankoop woning door samenwoners of gehuwden:

Wanneer één of beide partners een EWR heeft wordt hiermee de maximale toegestane eigenwoningschuld (EWS) beperkt voor de woning die ze samen kopen. Hierdoor kan er per partner niet altijd alle rente worden afgetrokken van een nieuwe hypotheek. Vanaf 1 januari wordt hier anders naar gekeken. Is er geen sprake van huwelijk in gemeenschap van goederen en is er voldoende rekening gehouden met de EWR? Dan mag de EWS voor het gehele bedrag renteaftrek krijgen.

2. Aflossingsstand

Bij huwelijksgemeenschap:
Koop je een nieuwe woning maar is de EWS van de vorige woning nog niet geheel afgelost dan ontstaat er een aflossingsstand. Bij het aangaan van een nieuwe hypotheek moet hiermee rekening worden gehouden. Je hebt pas recht op renteaftrek als er wordt afgelost in maximaal 30 jaar. Je wilt de aflossingsstand dus zo snel mogelijk aflossen. Ben je getrouwd in gemeenschap van goederen dan wordt de aflossingsstand naar rato verdeeld, ook als de aflossingsstand afkomstig was van een van beide partners die zijn/haar woning verkocht. Vanaf 1 januari 2022 behoort de aflossingsstand tot degene van wie de verkochte woning eigendom was. De ander hoeft dan niet binnen kortere tijd de hypotheek af te lossen en wordt niet beperkt in de hypotheekrenteaftrek.

Bij overlijden:
Bij overlijden gaat vanaf 1 januari de aflossingstand niet meer over naar de langstlevende partner. De ander hoeft dan niet binnen kortere tijd de hypotheek af te lossen en wordt niet beperkt in de hypotheekrenteaftrek.

Bij aankoop woning door samenwoners of gehuwden:
Heeft één of hebben beide partners een aflossingsstand, dan wordt de maximale looptijd van de EWS voor een gezamenlijk gekochte woning hiermee beperkt. Hierdoor kan soms niet alle rente worden afgetrokken bij het aangaan van een nieuwe hypotheek. Hebben beide partners voldoende rekening gehouden met de aflossingstand, dan hebben ze vanaf 1 januari 2022 wel voor het volledige bedrag van de EWS recht op renteaftrek.

3. De bestaande eigenwoningschuld (BEWS)

Bij aankoop woning samenwoner of gehuwden:
De BEWS is een eigenwoningschuld van vóór 1 januari 2013, de rente mag worden afgetrokken. Er gold geen aflossingseis voor de hypotheekrenteaftrek. Hypotheken die zijn afgesloten vóór die periode hoeven hier ook nu niet aan te voldoen. Wanneer één van beide partners een BEWS heeft dan kan het gebeuren dat een deel van de gezamenlijke hypotheek niet als EWS wordt gezien en over dat deel geen recht is op hypotheekrenteaftrek. Vanaf 1 januari 2022 mag de BEWS naar rato van het aandeel in de nieuwe hypotheek worden ingezet. Had je eerste geen BEWS en hierdoor nu wel? Dan hoef je vanaf dat moment ook niet meer te voldoen aan de aflossingseis. Hierdoor wordt het niet aftrekbare deel van de hypotheek verkleint.

Bij overlijden:
Bij overlijden moet de langstlevende de BEWS-ruimte van de overleden partner nu maximaal benutten. Vanaf 1 januari is de langstlevende dit niet meer verplicht te doen. Loopt de BEWS nog een lange tijd door kan het verstandig zijn om de BEWS-ruimte te benutten, hiermee hoef je niet af te lossen maar heb je wel recht op hypotheekrenteaftrek.

Wijziging overdrachtsbelasting

Vorig jaar is er in het belastingplan van 2021 aangegeven dat kopers die jonger zijn dan 35 jaar geen overdrachtsbelasting (OVB) verschuldigd zijn bij het kopen van een woning. Iedereen ouder dan 35 jaar is 2% OVB verschuldigd wanneer je de woning die gekocht is zelf gaat bewonen. Is dit niet het geval dan is er 8% OVB verschuldigd. Heb je door onvoorziene omstandigheden moeten afzien van de koop na het tekenen van de koopovereenkomst maar nog wel vóór de overdracht? Dan ben je vanaf 1 januari 2022 niet meer automatisch 8% OVB verschuldigd. Dit was eerder nog wel zo.

Thuiswerkvergoeding

Tijdens de coronacrisis zijn veel mensen thuis gaan werken, om dit ook na de crisis te blijven stimuleren heeft het kabinet een thuiswerkkostenvergoeding geïntroduceerd. Deze vergoeding bedraagt maximaal € 2 per dag, is onbelast en wordt uitgekeerd door de werkgever. Het doel van deze vergoeding is om de extra kosten die de werknemer maakt tijdens het thuiswerken te compenseren. Deze thuiswerkkostenvergoeding staat los van andere gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling. Deze regeling is al eerder van kracht gegaan en is bedoeld voor het inrichten van de thuiswerkplekken door middel van een onbelaste vergoeding. Ook blijft de onbelaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer gewoon bestaan, deze bedraagt maximaal € 0,19 per kilometer.

Beëindiging steunpakketten

Naast alle plannen die vanaf 1 januari 2022 ingaan gaat er ook al een plan in op 1 oktober 2021. Na langdurige daling van de coronabesmettingen heeft het kabinet besloten om te stoppen met een aantal steunpakketten, een aantal van de aanvullende financiële regelingen lopen nog wel door.

De volgende regelingen komen per 1 oktober te vervallen:

  • Aanvraag belastinguitstel;
  • Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW);
  • Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL);
  • Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo);
  • Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK).

Wilt u weten wat de gevolgen zijn van het belastingplan 2022 voor u zijn, neem dan gerust contact met ons op!


Bekijk ook deze updates